Logo levensportretten

Amsterdam, 30 december 2013

Beste mensen,

Gebeurtenissen kunnen anders lopen dan gepland. Soms lijkt dan of het doel niet bereikt is. Later kan blijken dat het doel wel degelijk bereikt is, alleen op een andere manier. Het afgelopen jaar had ik een aantal van dergelijke ervaringen. Op de drempel van het oude naar het nieuwe jaar, maak ik u graag deelgenoot van één ervan.

Het betreft de ervaring met een bijzondere vrouw, Maria was haar naam. Niet lang nadat zij en ik in gesprek waren gegaan in het kader van haar Levensportret, overleed zij. Er was nog weinig materiaal verzameld. Dacht ik. Te weinig althans voor een Levensportret.
Maar de herinnering aan deze markante en inspirerende vrouw liet me niet los. Steeds bleef de wens terugkomen om over haar te schrijven. En als een Levensportret dan niet mogelijk was, zou het een Levensschets worden, zo besloot ik. Een vorm van schrijven die ik al lang koesterde maar die nu, min of meer onbedoeld, daadwerkelijk gestalte kreeg.

In een Levensportret wordt een wordingsgeschiedenis in beeld gebracht van de unieke mens die iemand is. In een Levensschets gaat het vooral om het optekenen van datgene wat voor iemand van grote waarde is: de kostbare levenslessen en wijsheden. Het is een vorm van geestelijke nalatenschap. Immers:

Goede woorden zijn schatten van troost en richting.
Geef ze door, l
aat ze na.

Met instemming van haar dochter, deel ik graag met u de schatten van Maria. Onderaan deze nieuwsbrief vindt u een verkorte versie van de Levensschets die ik van Maria gemaakt heb.

Ik wens u veel inspiratie en vooral: een nieuw jaar vol liefde!

Hartelijke groet,

Annemiek

Stuurt u deze e-mail gerust door als u daar iemand een plezier mee doet.


Een levensportret brengt mensen dichter bij elkaar.



De hoop van Maria

‘Mijn moeder is een bijzondere vrouw,’ legt de dochter uit, ‘ze verdient wel drie lintjes. Ze voedde in haar eentje vier kleine kinderen op omdat ze weduwe werd, begon haar eigen praktijk, deed vrijwilligerswerk, werd boeddhist. En verder heeft ze trouwens alles gedaan wat God verboden heeft. Een Levensportret, dat zou haar lintje zijn.’

Een week later. De dochter gaat me voor naar de kamer in het verzorgingshuis waar haar moeder sinds een paar dagen verblijft. Daar zit moeder, in de zon, aan een tafeltje bij het raam. Ik stel me voor, ook zij noemt haar naam: Maria.
Als de dochter vertrokken is, ga ik bij Maria aan het tafeltje zitten. Ze vraagt: ‘Is het nu afgelopen?’ Beduusd antwoord ik dat we nog niet begonnen zijn. ‘Goed dan,’ zegt ze, ‘schiet los.’ Ik leg haar uit hoe ik werk en hoe belangrijk het is dat zij zelf plezier beleeft aan de gesprekken. ‘Nou,’ zegt ze, ‘ik ben meestal nogal duidelijk, u merkt het snel genoeg als ik het niets vind.’

Maria draagt een muisgrijze duster die prachtig kleurt bij haar grijze ogen en donkergrijze haarlokken.
We gaan in gesprek. Toch blijf ik het gevoel houden dat ze weinig heil ziet in de hele exercitie. Ze antwoordt met een enkel woord, soms korzelig. Ik weet niet zo goed wat ik moet doen. Nogmaals vragen of ze er wel zin in heeft, lijkt me geen goed idee. Wanneer ik een grapje maak, lacht ze, en begint te vertellen.
‘…. Drie en tachtig jaar geleden ben ik geboren, in de tijd van de malaise, maar ik ben geboren in een rijke familie. Mijn moeder kwam uit een familie waarin de puntjes op de i werden gezet. Op welke i, dat weet ik nog steeds niet. Ik was het liefst bij mijn oom en tante. Want dat waren gewone mensen. Gewoon gewoon.’

Met haar rechterhand strijkt ze regelmatig haar grijze lokken langs haar hoofd. Als ze spreekt, kijkt ze me even doordringend aan, om vervolgens haar blik te laten rusten op een voorwerp op het tafeltje voor zich. ‘Ik herinner me dat in ons ouderlijk huis een speelkamer was. Mijn ouders kwamen daar nooit. De liefde die ik heb gekregen, kreeg ik van het personeel.’ Ze vertelt over haar leven. Regelmatig stokt een zin en gaat ze na een korte stilte over op een ander onderwerp. Haar stem klinkt verzwakt, alsof het nadenken en praten haar veel energie kosten. ‘Mijn geheugen gaat erg achteruit… Daar ben ik blij om. Want dan kunnen ze niet meer vragen waarom ik iets niet zeg. Want ik weet het gewoon niet meer….’

‘…Toen ik zwanger was van ons vierde kind, overleed mijn man. Mensen beklaagden me.’ Ze vertelt over de periode na zijn overlijden. Reageerde ze werkelijk zo rustig als ze nu aan mij vertelt? ‘Ik denk dat ik alles accepteer wat op mijn pad komt. En dan bezie ik wat ik er mee kan. De kracht die je krijgt van het kruis dat jou slaat, dat kun je nooit bevatten maar het is enorm.’

We komen te spreken over de liefde. 'Liefde is de grond van ons bestaan. Liefde is luisteren naar elkaar, niet meteen antwoord geven. Liefde is samen, en samen vorm je een mensheid. Niemand hoeft buiten de boot te vallen.’

Een verpleegkundige komt binnen en vraagt Maria of ze een kopje thee wil. Als ze vertrokken is, zegt Maria: ‘Kijk, zo’n zuster die hier rondloopt. Ze wil dat alles precies op zijn plaats staat. Ieder mens heeft zo van die stomme dingen waarvan je je afvraagt waarom hij zich er druk om maakt. Maar zij heeft ook haar moeilijkheden, ik laat haar maar. Je moet rekening houden met iedereen.’
‘Daarstraks was hier een mevrouw op bezoek die haar hand op tafel neerlegde.’ Maria doet het voor. ‘Toen legde ik mijn hand op haar hand. Dat had ze even nodig. We moeten veel meer elkaars hand vastpakken en zeggen: “Het komt wel goed.” We moeten attent zijn op elkaar.’ Ze zegt het met klem.

Na drie kwartier krijg ik de indruk dat ze echt te vermoeid is geraakt om verder te gaan. ‘Ja, laten we maar stoppen,’ zegt ze. ‘Er is verder ook niets meer te vertellen.’ We zwijgen even. Net als ik mijn tas wil pakken, hervat ze tot mijn verrassing het gesprek.
‘Kijk, waar het eigenlijk om gaat in het leven, dat is niet te benoemen. Het inwendige verlangen, de rust, de hemelse vrede.’ Ze mijmert wat en kijkt naar buiten. ‘Het is goed hier… En of ik nou vannacht ga of morgen, we zullen het wel zien.’ Ik vraag haar of ze dan als een tevreden mens zal vertrekken. ‘Absoluut!’ antwoordt ze direct. Wat zou ze haar kleinkinderen zeggen als die net zo tevreden willen eindigen als zij? ‘Dan zeg ik: “Je moet je overgeven aan het leven. Neem het zoals het is en maak er wat van. Stel je armen wijd open. Laat alles binnen komen, al het goede, al het kwade. Slijp er de nare kantjes vanaf.” Ik vraag haar hoe je dat dan doet. ‘Door zelf niet aan het kwade mee te doen. Door te zijn wie je bent. Dan overheerst de liefde. Ik hoop dat de liefde almaar groter en groter wordt. Daar kan het kwade niet tegenop…. J’espère.’

Ondanks haar vermoeidheid maakt Maria me nog verder deelgenoot van haar leven: haar echtgenoot, haar opleiding, haar gezin. Na anderhalf uur stel ik voor om er een punt achter te zetten. ‘Punt komma,’ reageert zij. We maken een afspraak voor de week erna.

Als ik een week later haar kamer binnen kom, zit Maria niet aan het tafeltje bij het raam. Ze ligt in bed en ziet er doodmoe uit. ‘Ik ben op, het is gebeurd,’ verzucht ze. Zal ik blijven of wil ze liever alleen zijn? ‘Blijf maar even, dat is fijn,’ zegt ze. Ik pak een stoel en ga naast haar bed zitten. Daar ligt ze. Zwijgend. Haar ogen gesloten. Regelmatig zucht ze. Soms denk ik dat ze in slaap is gevallen, totdat ze weer wat mompelt. Er gaan sidderingen door haar heen. Heeft ze het koud? ‘Nee, dat is een doodsrilling. Maak je dat ook nog eens mee.’ Na een minuut of tien concludeert ze plots: ‘Ach, wie weet is het over tien dagen een stuk beter. Je weet het niet.’ Een passender afsluiting kan ik niet bedenken: Je weet het niet. Ze zegt me dat het haar spijt dat ik vandaag voor niets ben gekomen. Als haar dochter is gearriveerd, neem ik afscheid van Maria.

Als ik opsta om te vertrekken, zie ik in de hoek van de kamer de lege fles staan van de wijn die we de week daarvoor samen dronken. Kijkend door het raam, zagen we op de begane grond de menigte in de hal van het verzorgingshuis. Ik merkte op dat de nieuwjaarsborrel druk bezocht werd. Maria antwoordde: ‘Hoe laat is het? Je mag hier ook een borrel pakken. Weet je, schenk mij maar een rode wijn in. Allez-hóp.’
Ik ontkurk de fles die ze me aanwijst en pak twee glazen. We luisteren samen naar het geluid van het eerste teugje dat uit de fles komt: gloegloegloe. Ze lacht er om en zegt: ‘Geweldig.’ We proosten. Als ik haar vraag waar we op drinken, zegt Maria zonder er over na te hoeven denken en hoorbaar vanuit de grond van haar hart:

‘Op het goede in het leven. Op de warmte en de liefde.
Vooral de liefde. Voor iedereen en allemaal. Proost.’

Vijf dagen later belt haar dochter op om te vertellen dat haar moeder de nacht ervoor is overleden.

Meer weten over Levensportretten?
www.levensportretten.com
email: info@levensportretten.com
Telefoon: 06-27204951

Liever geen mailing meer van Annemiek Engelen Levensportretten ontvangen? Laat het mij weten